Wanneer is duurzaam duurzaam genoeg?

Wanneer is duurzaam duurzaam genoeg?

We weten inmiddels hoe ‘duurzaam’ eruitziet. Meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten, minder verspilling, meer seizoensproducten en aandacht voor herkomst. En steeds vaker wordt gevraagd naar de mogelijkheden van regeneratieve landbouw. Alsof het nog niet ingewikkeld genoeg is.

Dashboards, footprintberekeningen en analyses zijn er in overvloed om precies te laten zien welke resultaten worden behaald met al deze acties.

Maar als je weet hoe je een voorziening maximaal duurzaam maakt, ontstaat automatisch een lastigere vraag: wanneer is duurzaam eigenlijk duurzaam genoeg?

Maximaal duurzaam is niet het moeilijkste vraagstuk

Volledig dóórsturen richting de meest duurzame optie is technisch niet zo ingewikkeld. Minder dierlijk, nog plantaardiger, strenger sturen op assortiment en herkomst: het kan allemaal. En je kunt het keurig onderbouwen met tabellen en grafieken.

Daar schuurt het: niet in de rekenkamer, maar aan de lunchtafel”

Maar organisaties werken niet met tabellen en grafieken, maar met mensen. Met medewerkers die soms gewoon zin hebben in iets vertrouwds. Met prijsbewustzijn bij de kassa. En met cateraars die een sluitende exploitatie nodig hebben.

Daar schuurt het wat mij betreft: niet in de rekenkamer, maar aan de lunchtafel.

'We vinden het goed – als wij er geen last van hebben'

Voor een opdrachtgever onderzocht ik recent hoe medewerkers aankijken tegen verdere verduurzaming en een meer plantaardig aanbod. De kern van de reacties was opvallend consistent. Simpel gezegd: medewerkers vinden verduurzaming prima, zolang zij er maar geen last van hebben.
Een verfrissende eerlijkheid en tegelijkertijd extreem relevant.

“Duurzaamheid werkt pas écht als het beleefbaar, betaalbaar en herkenbaar is.”

Het laat zien dat duurzaamheid pas écht werkt als het ook beleefbaar, betaalbaar en herkenbaar is. Niet alleen goed voor de planeet, maar óók logisch voor de gast die elke dag kiest wat er op zijn bord komt.

De trend voor 2026? Misschien juist een stap terug

Tijdens een symposium dat ik recent bezocht, werd een gastspreker gevraagd: “Wat wordt de belangrijkste trend voor 2026?” Het antwoord: “We gaan misschien weer meer vlees eten.”

Dat kwam op het eerste gevoel provocerend over. Maar bij nader inzien zeker niet onzinnig. We lijken op een punt te komen waarop veel organisaties hun duurzaamheidsbalans hebben gevonden. Het laaghangende fruit is geplukt. Het fundament is gelegd. En de reflex “het moet nóg duurzamer” maakt langzaam plaats voor een andere vraag: past dit nog bij onze medewerkers en onze praktijk?

Duurzaam genoeg is geen afzwakking, maar een teken van volwassenheid”

Een goede balans is geen slap compromis

Het is verleidelijk om te denken dat duurzaam genoeg een afzwakking is. Ik zie het anders. Het is juist een teken van volwassenheid in onze branche.

Balans zoeken betekent duurzaamheid serieus nemen, medewerkers meenemen in gedrag en voorkeuren én zorgen dat het concept financieel en operationeel klopt. Niet de meest radicale, maar de best gebalanceerde voorzieningen gaan de komende jaren het verschil maken. Voor organisaties, voor medewerkers en uiteindelijk óók voor de planeet.

Tot slot

De vraag is dus niet langer alleen: hoe duurzaam kúnnen we worden? De vraag die er nu toe doet is: hoe duurzaam wíllen we worden én wanneer is dat duurzaam genoeg?

Koffie doen?

Benieuwd naar onze visie op jouw vraagstuk? Neem gerust contact met ons op voor een kennismaking. De koffie of thee staan altijd klaar.

Wat anderen zeggen over The Food Office

“We zochten hulp met een grote aanbesteding. Met dank aan The Food Office sloten het aanbod en de dienstverlening van de nieuwe cateraar naadloos aan op onze visie.”

Jos Nijhof - Martini Ziekenhuis